Home | Heide als leefgebied | Nachtzwaluw

Nachtzwaluw

Nederlandse heide- en stuifzandgebieden vormen het leefgebied van enkele tientallen broedvogelsoorten. In het gebied van Heiderijk komen vier broedvogelsoorten voor die op de Rode Lijst staan: roodborsttapuit, geelgors, groene specht en nachtzwaluw. De nachtzwaluw is het zeldzaamst van de vier. Hij is jaarlijks met slechts enkele territoria aanwezig. De soort is een zogenaamde indicatorsoort voor structuurrijke heide en overgangen naar bos.

Nachtzwaluwen broeden op of aan randen van heidegebieden en langs randen van zandverstuivingen. Tenminste, als die niet zijn vergrast, verruigd of verstoord door recreatie. Ze wonen ook wel op kap- en brandvlakten en zelfs jonge naaldbosaanplantingen. Geschikte broedlocaties hebben verspreide boomgroei, lichte opslag en open zand (Jonkers, 1995). Nachtzwaluwen voeden zich met grote insecten, zoals nachtvlinders en kevers.

Nachtzwaluwen in Nederland
Als broedvogel is de nachtzwaluw in Nederland beperkt tot zandgronden. De grootste populaties zijn te vinden op de Veluwe, in oostelijk Noord-brabant en noord en centraal Limburg. Sinds de vijftiger jaren is de stand van de nachtzwaluw in Nederland sterk afgenomen. Dat komt vooral door de ontginning van broedgebieden in het verleden. Daarnaast leiden vergrassing, vermossing en verruiging van heide- en stuifzandgebieden tot een minder gevarieerd gebied. Hierdoor neemt het aantal geschikte nestplaatsen af en loopt het voedselaanbod terug.

Verspreiding in Heiderijk
In het verre verleden was de nachtzwaluw een vrij algemene verschijning op de heide tussen Nijmegen en Mook. Eind vijftiger jaren zijn meer dan veertig territoria geteld (mogelijk zelfs alleen op Heumensoord. Als gevolg van militaire activiteiten en toegenomen recreatie is de soort hier sinds eind zeventiger jaren verdwenen (Van den Bergh et al. 1979). Voor de Mookerheide en de Heumense Schans worden de laatste broedgevallen beschreven door Visser (1977). In beide gebieden was in 1975 slechts één territorium aanwezig. Daarna is de soort in deze gebieden niet meer waargenomen, uitgezonderd één territorium op de Heumense Schans in 1992 (Erhart & Kurstjens 1993, Vogel & Klemann 1997).

Sinds die tijd komt de nachtzwaluw alleen nog maar voor op Mulderskop en het zweefvliegveld. In deze twee gebieden schommelt het aantal broedparen de laatste tien jaar tussen de één en vier. Het aantal nachtzwaluwen is de laatste jaren niet gestegen. Terwijl de aantallen op de zuidelijke Veluwe in 2001 explosief zijn toegenomen.