Home | Heide als leefgebied | Roodborsttapuit

Roodborsttapuit

De roodborsttapuit komt vooral voor op zandgebieden. Op de volledige duinstrook van Zeeland tot en met de Waddeneilanden en op de Nederlandse zandgronden. Daarbuiten is de vogel een schaarse broedvogel, uitgezonderd in enkele gebieden zoals het oostelijk rivierengebied. In het binnenland komt hij nog wel voor in Noord-Brabant, Limburg, Drenthe, en op de Veluwe.

In de eerste helft van de twintigste eeuw was de roodborsttapuit een vrij algemene broedvogel van vooral ruderale terreinen en kleinschalige cultuurlandschappen. In mindere mate wonen ze op heide- en hoogveengebieden (Bijlsma et al. 2001). De kleinschaligheid van het toenmalige cultuurlandschap wordt treffend omschreven met ‘sterk verkavelde weilandjes met veel distels en andere onkruidstengels, veel paaltjes en draad’ (Agatho 1961).

Status en bedreiging
Sinds de zeventiger jaren zijn de populaties in het agrarisch landschap ingestort, met een dieptepunt rond 1990 (Hustings 1986). De aantallen broedparen in heide- en hoogveengebieden zijn vanaf de tachtiger jaren toegenomen, vermoedelijk door begrazingsbeheer. Ook de toename van braamstruiken in voorheen kale gebieden heeft de soort in de kaart gespeeld. In het agrarisch gebied is sinds 1990 weer een licht herstel te zien (Bijlsma et al. 2001).

Verspreiding in Heiderijk
De roodborsttapuit is in Heiderijk een schaarse broedvogel, die zich beperkt tot de heidegebieden. Broedgevallen zijn gezien in Heumensoord, Mulderskop, Heumense Schans en Mookerheide. Tien jaar geleden was vooral het heideveld van Mulderskop een geschikt leefgebied voor meerdere broedparen. Tussen 1988 en 1990 waren er jaarlijks tussen de vier en zes broedparen. In 1991 waren er opeens geen broedende roodborsttapuiten meer. In 1993, 1995 en 1999 heeft één paar weer succesvol gebroed (Brouwer 1995, Deuzeman 1999). Ook in 2000 en 2001 had de roodborsttapuit minimaal één territorium op het noordelijke heideveld.

De achteruitgang van de roodborsttapuit op Mulderskop komt door een afname van structuurvariatie. Enerzijds is het noordelijk heideterrein grootschalig geplagd en hebben diverse branden het terrein geteisterd. Anderzijds is in de afgelopen jaren het zuidelijk gelegen, halfopen heideterrein steeds verder dichtgegroeid (Brouwer 1995). Rooiwerkzaamheden in 2000 lijken niet te hebben geleid tot herstel in het zuidelijk deel.

In 1986 was de roodborsttapuit met één territorium vertegenwoordigd op de Heumense Schans. De vogel werd toen niet aangetroffen op de Mookerheide. Zowel de Mookerheide als de Heumense Schans waren in 1996 één broedpaar rijk (Vogel & Klemann 1997). Ook in 2001 is in beide gebieden ten minste één territorium vastgesteld. Op het zweefvliegveld waren in 2001 ten minste twee territoria van de roodborsttapuit.