Home | Plannen

plannen

Hier vind u plannen die heiderijk aangaan. 

- Eindrapport Natuurbalans 2003 "Herstel van de heide tussen Nijmegen en Mook"

Door R.F.M. Krekels, P.H. van Hoof en R.P.W.H. Felix
m.m.v. C.J.A. Rövekamp (BRONNEN Onderzoek & Advies)
Mogelijk gemaakt door provincie Gelderland en Provincie Limburg

Zie voor het hele rapport: Eindrapport Natuurbalans 2003 http://issuu.com/heiderijk

Inleiding

2 INLEIDING
Door de grootschalige aanplant van bossen en ontginningen ten behoeve van de
moderne landbouw zijn heidegebieden in Nederland in hoog tempo schaars geworden.
Vergrassing, verbossing, verzuring en verdroging brachten de karakteristieke flora en
fauna verder schade toe.
Ook ten zuiden van Nijmegen waren vroeger aan de westflank van de stuwwal grote
heidegebieden aanwezig. Momenteel is daar weinig van terug te vinden. Hier en daar
liggen nog enkele kleine heiderestanten, waarvan de Mookerheide, Heumense Schans en in mindere mate Mulderskop de bekendste zijn. In tegenstelling tot wat door velen wordt aangenomen gaat het echter niet alleen om heide. Hier heeft men in het verleden ook hakhout geëxploiteerd. De oude hakhoutpercelen en boswallen zijn door natuurlijke opslag begroeid en hebben daardoor hun oorspronkelijke karakter verloren.
Tussen de lijn Nijmegen – Ubbergen en Mook – Groesbeek bevindt zich bovendien een voor Nederlandse begrippen uitgestrekt bosgebied dat vanaf de St. Jansberg doorloopt naar het Reichswald. Het bos bevindt zich vooral op en langs de flanken van de stuwwal. Grote delen van dit gebied zijn vermoedelijk altijd bos geweest.
Ondanks de geringe oppervlakte heide komt tussen Nijmegen en Mook nog een relatief groot aantal zeldzame dier- en plantensoorten voor. Eén daarvan is de zadelsprinkhaan (Ephippiger ephippiger), die in Nederland behalve op de Veluwe en op één plaats in Limburg, alleen nog voorkomt op Mulderskop. Daarnaast zijn soorten als nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus), zandhagedis (Lacerta agilis) en gladde slang (Coronella austriaca) aanwezig. De steppesprinkhaan (Chorthippus vagans) komt in Nederland zelfs alleen in de omgeving van Nijmegen voor.
Genoemde diersoorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied. Factoren als
vergrassing, verbossing, verdroging en verzuring vormen ook hier een bedreiging. De bijzondere heidefauna komt steeds meer in de verdrukking. Op steeds minder plaatsen op Mulderskop is de raspende roep van de zadelsprinkhaan te horen. Waarschijnlijk betreft het anno 2001 een populatie van nog maar enkele tientallen dieren. De blauwvleugelsprinkhaan en veldkrekel zijn mogelijk al uit de heidegebieden tussen Nijmegen en Mook verdwenen.
Om de verdere achteruitgang van de bijzondere fauna van de heide tussen Nijmegen
en Mook te stoppen, is een beheersvisie noodzakelijk voor alle heiderestanten in de
driehoek Nijmegen – Mook – Groesbeek. Voor delen van het gebied zijn reeds visies
opgesteld (Natuurmonumenten 2001, Provincie Limburg 2002, Gemeente Mook en
Middelaar (Nieuwland advies 1995a, 1995b)).
De voor u liggende beheersvisie is voornamelijk opgesteld rond de in het onderzoeksgebied voorkomende heidefauna. In de visie wordt in mindere mate ingegaan op het voorkomen van bijzondere plantensoorten, daar flora en vegetatie van oudsher een belangrijke rol spelen in het beheer van heidegebieden en derhalve weinig extra aandacht in de vorm van een beheersvisie behoeven. Beschermde en/of bedreigde plantensoorten worden per deelgebied aangegeven. Bij de uitvoering van de maatregelen wordt terdege rekening gehouden met het behoud en herstel van de oude hakhoutpercelen en lijnvormige boswallen met oud eikenhakhout. Enerzijds vanwege de eigen, historische waarde van deze bossen en anderzijds omdat zij bijdragen aan het behoud van de soortenrijkdom in het gebied tussen Nijmegen en Mook.


Bureau Natuurbalans - Limes Divergens Herstel van de heide tussen Nijmegen en Mook